De kost gaat voor de baat uit - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Kunnen we de aarde niet wat laten opwarmen, en het ongemak afkopen?
De kost gaat voor de baat uit
Klassekampen, 28 februari 2020
De recente bosbranden in Australië, die verwoestend waren voor mens en dier, volgden op een record brekende droogte en een zomer met ongekend hoge temperaturen. Toch ontkent de premier van Australië, Scott Morrison, dat het verminderen van de emissies van Australië ook maar enige invloed zou kunnen hebben op het klimaat. En dat terwijl het land de grootste exporteur van steenkool ter wereld is. De winst die daar op de korte termijn behaald wordt, is met andere woorden belangrijker dan de toekomst van onze planeet. De materiële schade van de branden, die in de miljarden euro's loopt, kan er kennelijk wel van af.
Deze kosten zien we nu al, met “slechts” één graad opwarming van de Aarde. Zolang de CO2-uitstoot niet omlaaggaat, zullen dit soort extreme hittegolven en droogtes alleen maar toenemen – en de kosten zullen tot verre hoogtes stijgen. Toch is het een vaak gebruikt argument in het klimaatdebat dat het oplossen van klimaatverandering te veel geld kost. De kosten zouden niet opwegen tegen de baten van onze huidige, op fossiele brandstoffen, gestoelde economie. Maar is het voordelig om de wereld een paar graden te laten opwarmen? Laten we die gedachte een beetje uitwerken.
Het indammen van de Noordzee zou een ecologische ramp zijn
Als we het inderdaad zo ver laten komen, hebben we verstrekkende maatregelen nodig die ons tegen de gevolgen van klimaatverandering beschermen. Om een concreet voorbeeld te noemen: de ijskappen zullen nog meer smelten, en de zeespiegel zal verder stijgen. Dat betekent dat laaggelegen landen zoals Nederland dijken moeten verhogen of aanleggen, met alle kosten van dien. Of, als dat niet haalbaar is, moeten we land opgeven en laaggelegen steden zoals Amsterdam en Rotterdam verplaatsen.
Dat gebeurt gelukkig niet vandaag of morgen; een zeespiegelstijging van meer dan een meter verwachten we op zijn vroegst pas tegen het einde van deze eeuw. Maar als we klimaatverandering niet aanpakken, wordt deze toekomst onvermijdbaar en dan kunnen we beter goed voorbereid zijn. Daarom zette een recente studie uiteen wat de oplossing voor dit probleem zou moeten zijn: een dam rond de hele Noordzee.
De dam moet van Noorwegen, via de Shetland eilanden, naar Schotland lopen, en een tweede deel gaat dan van Frankrijk naar Engeland. Totale lengte: 637 km. Dat is ongeveer 20 keer zo lang als de twee langste dammen in de wereld, onze Afsluitdijk en de Saemangeum zeedijk in Zuid-Korea. De onderzoekers extrapoleerden de kosten aan de hand van deze en andere projecten, en schatten in dat voor de bouw van de dam evenveel zand nodig is als per jaar in alle bouwprojecten in de wereld gebruikt wordt. Totale kosten: zo’n 250 tot 550 miljard euro. Uitgesmeerd over een bouwperiode van zo’n 20 jaar is dat een kleine prijs om 25 miljoen mensen tegen de stijgende zeespiegel te beschermen. Velen hebben daarom het plan serieus genomen, ook al zien de onderzoekers het vooral als een waarschuwing.
De Oosterscheldekering, die in 1986 opgeleverd werd, beschermt Nederland tegen overstromingen. Nu stellen onderzoekers voor om een dam rond de hele Noordzee te bouwen
Maar de kosten van zo’n project zijn niet alleen financieel. Dat is waarom het plan, in mijn ogen, weinig waarde heeft. Een dam zal de Noordzee verzoeten, en de getijden zullen ophouden. Unieke ecosystemen zoals de waddenzee, waar grote aantallen trekvogels, zeehonden en vissen afhankelijk van zijn, zullen verdwijnen. Het indammen van de Noordzee zou een ecologische ramp van ongekende proporties zijn. Ook andere ondiepe zeeën in de wereld zouden ingedamd moeten worden om het stijgende water tegen te gaan, met een vergelijkbare verwoesting van ecosystemen als gevolg.
De Noordzeedam is maar één van de vele geopperde oplossingen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Wat deze oplossingen – het zogenaamde geo-engineering – vaak gemeen hebben, is dat ze financieel en technisch misschien wel haalbaar zijn, maar dat de ecologische gevolgen niet te overzien zijn. Een zuivere economische analyse is een slechte maatstaf voor het effect van klimaatverandering op onze planeet, want niet alles is in euro’s uit te drukken.
Voorkomen is dus beter dan genezen. Dat neemt niet weg dat de vereiste vergroening van onze economie ook omvangrijk is. Het betekent dat alle vervuilende technologie, zoals benzinemotoren, steenkoolcentrales en olieraffinaderijen, binnen een generatie en in de hele wereld buiten gebruik moet worden gesteld en vervangen door schone, gelijkwaardige alternatieven. Dat is haalbaar, als we dat willen, maar tot op heden stroomt het geld te vaak en te veel de verkeerde kant op.
Fossiele brandstoffen worden gesubsidieerd met zo’n 400 miljard euro per jaar. Eén Noordzeedam per jaar dus. Wat als we dat gigantische bedrag weghalen bij de vervuilende fossiele industrieën, en investeren in een industrie waar onze planeet niet ten onder van gaat – en ook nog eens nieuwe banen schept? Dat is niet alleen een logische financiële gedachte, maar bovenal pure winst in de vorm van gezondere lucht en een beter klimaat.
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Klassekampen op 28 februari 2020